Categorieën
Geen categorie

Schepper

Het was de hete zomer voor het overlijden van mijn opa Arie. Zijn lieve vrouw was er al niet meer, en ook hij beleefde de winter van het leven in de warmte van zon. Ik pakte de bus om hem op te zoeken. Voor een snotneus als ik was de reis van Apeldoorn naar Beekbergen als een reis door de woestijn. Eenmaal aangekomen bij zijn seniorenwoning nam ik plaats in een stoel. Ik zag dat opa een paar tegels uit de tuin had gewipt om wat tomaten te verbouwen. Een ware oase in de betonnen jungle.

We hebben vast gepraat over oma. Over school. Over het weer… Ik weet het niet meer. Wat ik echter nooit ben vergeten is het moment dat de geest en de ogen van mijn lieve, oude opa opeens kraakhelder werden. Hij wond zich duidelijk op over iets dat hem raakte: de strijd die hij als jongeman had meegemaakt in het dorp tussen de gereformeerden enerzijds, en de hervormden anderzijds. Die konden elkaar niet luchten of zien. “Wat een onzin”, vond opa. “Er is maar één Heer, er zijn er niet twee of drie.” Tranen in zijn ogen.

Deze schep was van hem.

Mijn vader, de zoon van opa Arie, kwam er laatst mee aanzetten toen ik bezig was tegels eruit te wippen om wat tomaten te verbouwen in onze moestuin; een ware oase in de betonnen jungle. “Het is een erfenis.” zei mijn vader.

Terwijl ik ermee schep denk ik aan mijn opa. En aan de erfenis die hij me gaf: “Er is maar één Heer. Er zijn er niet twee of drie.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *